Draag je baby

Optimaal lichamelijk contact tussen ouder en kind. De baby dicht bij je. Dat betekent je baby dragen in een doek of voorgevormde drager. Na negen maanden van warmte, veiligheid, geluiden en beweging is het voor een jonge baby een hele overgang zo buiten de buik van de moeder. Na de geboorte, vooral de eerste maanden, heeft je kind veel behoefte aan koesterend lijf-op-lijf contact. Om die te vervullen is zoveel mogelijk dragen tegen de borst belangrijk.
 
Waarom je baby dragen?
Waar moet je op letten als je je baby draagt?
Welke 'zachte' draagsystemen bestaan er?
 
Je bent ook steeds welkom op ons gratis infomoment, als je meer wil weten over de draagsystemen en erover denkt een draagdoek te lenen. Kijk in onze agenda wanneer er een doorgaat!
 
Waarom je baby dragen?
 
Je kan je afvragen waarom dit zo belangrijk is voor een kind. Je moet je voorstellen, je kindje heeft negen maanden in een warme en knusse ruimte vertoefd, de baarmoeder. Geluiden waren gedempt, licht was gedempt, het was er altijd even warm en het kind had grenzen. Na de geboorte komt het kind in een grote, koude wereld met veel licht en geluiden die het niet kent. Dit is een erg abrupte overgang. Daarom is het zo belangrijk dat het kind vooral tijdens die eerste maanden veel lichaamscontact en aanrakingen heeft, en afgeschermd wordt voor allerlei prikkels. Op die manier verloopt de overgang van in de baarmoeder naar erbuiten veel aangenamer en voelt de baby zich veiliger en geborgen.
 
Een andere reden voor het dragen is dat het gewoon praktisch is. Daarom dat het in de geschiedenis gebeurde en nu nog altijd in vele andere culturen. De ouders kunnen gewoon hun dagelijkse handelingen uitvoeren, want beide handen zijn vrij.
 
Als we het wetenschappelijk gaan bekijken zegt de biologie ook dat mensen voorbestemd zijn om te dragen. In de klasse van de zoogdieren kan je 3 ontwikkelingsmodellen onderscheiden in de relatie moeder – kind:
  • Het eerste model zijn de jongen, geboren zonder vacht en gesloten ogen, die lange tijd na de geboorte in het nest blijven, bijvoorbeeld muizen of katten. Er zijn per nest veel nakomelingen. Het moederdier verlaat vaak het nest langere tijd om op zoek te gaan naar voedsel. De jongen zijn gewend om alleen achter te blijven.
  • Het tweede model zijn de zoogdieren die na de geboorte zeer zelfstandig zijn. Onmiddellijk na de geboorte kan het jong het nest verlaten en achter de moeder of de kudde aanlopen. Voorbeeld hiervan zijn paarden en buffels.
  • Tenslotte heb je nog een derde model, in deze groep is de moeder ‘een nest’. Het jong is niet zelfstandig, maar heeft de constante aanwezigheid van de moeder nodig. Het jong pakt met handen en voeten de vacht van de moeder en wordt op die manier rondgedragen. Hiertoe behoren onder andere de apen. De moeder is altijd dichtbij en reageert altijd op het kleinste alarmsignaal van het jong.
Het is tot deze laatste groep dat wij, mensen, behoren. Eerst dacht men dat mensen tot het eerste model hoorden, waarin het jong in het nest blijft (of in het wiegje of bedje). Maar zowel de psyche als het door de natuur voorziene voedsel van het mensenjong is niet gewend om lang alleen te blijven. Na de geboorte wil een klein mens gedragen worden, en dichtbij de moeder zijn, omdat het zich daar veilig voelt. Bovendien is de melk van de moeder maar voor een korte tijd verzadigend, waardoor de baby vaak gevoed moet worden.
 
Naast het feit dat het dus biologisch bepaald is zijn er nog een heel aantal voordelen aan het dragen van je baby.
 
VOORDELEN VOOR DE MOEDER:
  • Als moeder zal je door je baby te dragen in een draagdoek sneller je zwangerschapskilootjes kwijtgeraken, doordat je meer beweegt en actief bezig bent.
  • Ook heeft het gebruik van een draagdoek een heilzaam effect op de baarmoeder. De draagdoek zorgt er immers voor dat de baarmoeder ondersteund wordt, en dat de gewrichten ter hoogte van de ruggengraat en bekken weer beter op hun plaats komen na de zwangerschap.
  • Door de baby te dragen en hem dichtbij je te hebben, zal je je baby sneller kennen en sneller kunnen reageren op de signalen die hij geeft.
  • Ook is gebleken dat je baby dragen in een draagdoek een preventieve werking heeft op postnatale depressie. Dit omdat het dragen het zelfvertrouwen van de moeder versterkt, maar ook omdat het de hormonen doet stijgen die verantwoordelijk zijn voor het moedergevoel. Dit zijn de tegenhangers van stresshormonen.
  • En als laatste is het voor de moeder gewoon heel praktisch. Je hebt je beide handen vrij en kan dus veel doen met je baby. Je bent ook sneller de deur uit en je sociale leven zal dus niet wegvallen, je moet geen koets in de auto heffen, of in elkaar zetten, en je hebt je handen vrij om je boodschappen in de kar te leggen, deuren te openen, je ouder kind aan de hand te houden of een appel te eten tijdens een stevige wandeling.
  • Ook kan de moeder het als een taakverlichting voelen als de vader de baby, met de draagdoek, kan overnemen.
  • Met de draagdoek kan het vadergevoel versterkt worden op een unieke manier.
  • Een draagdoek kan ook dienen als een kussen, een verschoningskussen, een dekentje, een veiligheidsriem in het winkelkarretje,...  
VOORDELEN VOOR DE BABY:
  • Baby’s die gedragen worden voelen zich veilig en geborgen.
  • Baby’s die veel gedragen worden hechten zich beter, waardoor ze op latere leeftijd makkelijker kunnen loslaten en de wereld verkennen en ze opgroeien tot een zelfbewuste en zelfverzekerde persoonlijkheid.
  • Baby’s die vaak gedragen worden ervaren een goede balans tussen bescherming en veiligheid
  • Baby’s dragen bevorderd de motorische ontwikkeling en door de natuurlijke houding (kikkerhouding) komen rugafwijkingen minder vaak voor. 
  • De tastzin ontwikkeld zich beter en er is veel lichaamscontact.
  • Baby’s die vaak gedragen worden huilen aanzienlijk minder dan andere baby’s. Door te huilen verliezen baby’s veel energie, en als je je baby draagt, heeft jouw baby dus meer energie voor andere dingen: groeien, leren, ontwikkelen,…
  • De draagdoek kan als filter fungeren: geluiden worden gedempt mensen blijven op een afstand en zorgen ervoor dat de baby niet zomaar opgepakt wordt door anderen, en bovendien is mama of papa altijd in de buurt om baby te troosten.
  • De baby ziet de wereld vanuit een veilige plaats en heeft volledig overzicht op ooghoogte.
  • Baby’s die gedragen worden praten over het algemeen sneller omdat ze visuele ondersteuning hebben bij wat ze horen. Ze zien wat mama vertelt, en leren de klanken sneller vormen doordat ze de mondbeweging die erbij hoort ook kunnen bestuderen.
  • De schommelende bewegingen die het kind in de draagdoek ervaart, de deining van de borstkas van de drager, de hartslag, de geluiden die het kind in de doek hoort – ook terwijl het slaapt – prikkelen constant het ademen van het kind. Het gebruik van een draagdoek is hierdoor een interessante factor in de preventie van wiegendood. Ook hebben deze bewegingen een invloed op het onrijpe zenuwstelsel van de pasgeborene. Dragen en aanraken doet namelijk groeien. Dit wil zeggen: de hersenen van een pasgeborenen rijpen doordat losse zenuwcellen verbinden leggen en synapsen vormen. Deze verbindingen komen vooral tot stand door aanrakingen en stellen de hersenen in staat om het lichaam te controleren. Huidhonger is dus niet enkel een ‘wens’ van je baby, het is ook een lichamelijke behoefte die even groot is als de behoefte aan gezond eten.
  • Een baby in een draagdoek komt meer in contact met mensen, hij ziet meer en wordt meer gezien. Vanuit de draagdoek kan de baby de sociale interactie bestuderen en leren.  
VOORDELEN VOOR BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN:
  • Bij zieke baby’s of baby’s met krampen, met doorkomende tandjes of in een groeispurt, is dragen een directe pijnstiller en troostbron.
  • Baby’s die moeite hebben met groeien, zijn vaak geholpen door gedragen te worden. Het is namelijk zo dat dragen de gewichtstoename bevordert. Dit omdat er minder energieverlies is. Het energieverlies is minder doordat de temperatuur in de draagdoek constanter is, de baby huilt minder en de geur van mama’s borst prikkelt de baby waardoor ze meer aan de borst drinken.
  • Kinderen die geboren worden met een handicap zijn ook vaak gebaat met een draagdoek. De anatomische gunstige houding en het kalmerende en geruststellende effect kunnen overstrekking en overdreven spierspanning verminderen.
  • Bij baby’s met een heup dyslocatie kan de draagdoek ook als alternatief of bijkomend werktuig aangeraden worden. Want in de draagdoek neemt de baby dezelfde houding aan als in een spreidbroek.
Waar moet je op letten als je je baby draagt?
  
Veiligheid
Zorg dat je een draagsysteem hebt dat geschikt is voor de leeftijd van je kind en gebruik het correct. Je kan met je draagdoek staan, wandelen of zitten. Je mag niet met je kind in de draagdoek fietsen, autorijden of andere gevaarlijke bewegingen maken. Handelingen waarbij veel warmte vrijkomt (zoals strijken, koken,…) doe je best niet om brandwonden bij je baby te voorkomen.
 
Een kleine baby draag je als een embryo opgekruld hoog op je borst. Je moet hem zó op z'n hoofdje kunnen kussen, zonder je voorover te moeten bukken. Zorg ervoor dat het gezichtje van de baby altijd onbedekt is, zodat hij voldoende frisse lucht krijgt. Dit is met name van belang als je naar buiten gaat met de baby in de draagdoek onder je jas. Kleed de baby ook niet te dik aan. Als je hem onder je jas draagt, is een jasje voor de baby niet nodig. Zorg wel voor een mutsje. Doe je jas nooit helemaal tot bovenaan dicht. De baby moet voldoende frisse lucht kunnen krijgen.
 
Natuurlijke houding
Let erop dat je een systeem kiest waarbij je kind in de natuurlijke ‘kikkerhouding’ zit in de draagdoek. Bij voorkeur kies je voor een ‘zacht’ draagsysteem, waarbij je het draagsysteem gemakkelijk aan de baby en de ouder kan aanpassen.
Bij ‘harde’ dragers wordt het kind vaak in een slechte houding gedragen. Harde dragers worden enkel aangeraden indien het kind alleen kan zitten en de zithouding ook mogelijk is in de drager.
 
Systeem aangepast aan het kind
Bij heel jonge baby's (de eerste zes tot acht weken) moet het volledige lichaam en vooral het hoofdje goed worden ondersteund, daarom wordt aanbevolen de jonge baby horizontaal te dragen. Grotere baby's en peuters moeten voldoende worden ondersteund maar ook zich relatief vrij kunnen voelen. Wordt het kind rechtop gedragen , dan is het het best als zijn beentjes gespreid zijn of als het een natuurlijke zithouding kan aannemen waarbij het zitvlak door het systeem wordt ondersteund. De baby mag in geen geval de rug te veel uitstrekken. Draag je kind liever niet met zijn gezicht naar de buitenwereld.Hij kan zich dan niet zo gemakkelijk afzonderen of wegdraaien als hij zich onveilig voelt, en de zithouding is dan niet optimaal.
Als je je baby dus een tijdje wilt dragen, kies dan een systeem dat lang meegaat.
 
Comfort
De rug en de schouders mogen zo weinig mogelijk worden belast. Het beste is als het gewicht van de baby zoveel mogelijk kan worden verdeeld. Hoe breder het draagvlak hoe beter. Best kan het draagsysteem ook aangepast worden aan het lichaam van de drager. Als je beide (mama en papa) gebruik wil maken van het systeem, let er dan op het het makkelijk kan afgesteld worden naargelang de gebruiker.
 
Materiaal, degelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van het systeem
Omdat de stof niet broeierig mag zijn en baby's aan de stof sabbelen is het belangrijk dat de stof van 100 % katoen is en veilige kleurstoffen heeft. Het materiaal moet stevig zijn en makkelijk uit en aan te doen zijn.
 
 
Welke 'zachte' draagsystemen bestaan er?
 
KNOOPDOEKEN
- REKBARE KNOOPDOEKEN
Deze lange elastische doek van rekbaar tricot kan op verschillende manieren geknoopt worden waardoor verschillende (symetrische) draaghoudingen mogelijk zijn. Het lijkt vaak ingewikkeld, maar nadat je het enkele malen geprobeerd hebt knoop je de doek gemakkelijk. Deze doeken kan je lange tijd gebruiken door de verschillende knoopmethoden, maar is zeker aan te raden tijdens de 1e levensmaanden. Voor zwaardere kinderen kan het ook, maar door de elasticiteit van de doek slechts voor kortere periodes.
- GEWEVEN KNOOPDOEKEN
Deze lange doek van geweven katoen is zeer stevig en kan ook op verschillende manieren geknoopt worden waardoor verschillende draaghoudingen mogelijk zijn. Je kan je baby in de wieghouding, op de heup, buik aan buik en op de rug dragen. Het lijkt vaak ingewikkeld, maar nadat je het enkele malen geprobeerd hebt knoop je de doek gemakkelijk. Deze doeken kan je lange tijd gebruiken door de verschillende knoopmethoden. Door de stevigheid van de doek kan je hem ook voor zwaardere kinderen goed gebruiken. Als je de baby niet in de doek draagt kan je hem ook als hangmatje buiten gebruiken, als dekentje of als picknick-kleed. Zeker een aanrader voor wie langere tijd wil dragen. 
 
 
SLINGS
- RINGSLING
De ringsling is een vierkant stuk stof waaraan aan het ene uiteinde 2 ringen zijn bevestigd, waarmee de lengte en spanning van de doek kan aangepast worden. Deze doek is ideaal voor kortere uitstapjes. Wegens het assymetrisch dragen is dit niet ideaal voor het gedurende lange tijd dragen van zwaardere kinderen. Tevens niet aan te raden voor ouders met rugklachten.
- BUIDELSLING
Deze doek die in de lengte gevouwen is en aan elkaar genaait, vormt een cirkel (buidel) waarin je je baby kan dragen. De doek is makkelijk in gebruik maar de draagmogelijkheden zijn beperkt. De doek moet in de juiste maat gekozen worden en kan niet versteld worden, waardoor hij meestal niet door verschillende mensen gebruikt kan worden.De draaghoudingen zijn voornamelijk horizontaal waardoor hij voor grotere kinderen minder geschikt is.
- GEKNOOPTE SLING
Een korte vierkante of rechthoekige doek die met de uiteinden geknoopt wordt. De draagmethoden zijn divers van over een schouder, op de rug, boven of onder de armen. Deze manier van dragen wordt in het Westen niet vaak gebruikt.
 
AZIATISCHE DOEKEN
Aziatische dragers zijn een variatie van een rechthoekig of vierkant stuk stof met 2 of meer aangenaaide gordels die gebonden worden. Het kind kan zowel op de buik als op de rug gedragen worden. Het is een zeer handige manier van dragen voor grotere kinderen en het in en uitnemen van de kinderen is zeer gemakkelijk. Dit is zeker een voordeel als het kind vaak in en uit de drager wil (vb kinderen die beginnen met lopen). Deze manier van dragen is niet geschikt voor pasgeboren kinderen, pas vanaf het kind kan zitten mag het in een aziatische drager gedragen worden.
 
ERGONOMISCHE DRAGERS
Ergonomische dragers zijn een moderne vorm van aziatische dragers. In plaats van gordels zijn er schouderbandjes waaraan gespen of klitteband zit, waarmee de drager makkelijk kan aangepast worden aan de persoon die draagt. Alle voordelen van de Aziatische doeken zijn hetzelfde. Soms zitten er wat extra assecoires aan die het dragen vergemakkelijken, zoals voetensteuntjes of een hoofddoekje (voor steun tijdens het slapen). Ook de ergonomische dragers zijn niet geschikt voor kleine kinderen, enkel vanaf het kind kan zitten te gebruiken.
 
HARDE DRAGERS waarbij alles voorgevormd is en het kind niet in de kikkerhouding zit, kunnen wij niet aanraden. Door de slechte houding van het kind is dit erg belastend voor hen. Vaak word in deze dragers ook het kind met zijn gezicht naar buiten gedragen, en ook dat wordt afgeraden.
BRONNEN: