Borstvoeding

Borstvoeding is de meest gezonde keuze voor een baby. Moedermelk heeft immers alles wat een baby nodig heeft en méér. Het beschermt tegen ziektes, is altijd binnen handbereik, prima op temperatuur en een heerlijk intiem moment voor mama en baby. Helaas is de beeldvorming vaak onvoldoende of onrealistisch en is borstvoeding nog te weinig zichtbaar in het straatbeeld.

Op deze pagina kan je tal van interessante info vinden 'wat je zeker moet weten als borstvoedingde mama (in spe)'. Neem zeker een kijkje!

Borstvoedingslabel: 'Hier kan je baby rustig eten'

Borstvoeding geven is een natuurlijk gebeuren en de beste voeding voor elk kind. De wereldgezondheidsorganisatie en Kind & Gezin raden aan om borstvoeding te stimuleren.

Je geeft borstvoeding, je gaat op stap en je wil weten waar je je baby kan voeden.

Kijk dan zeker uit naar deze sticker! De Limburgse sticker wordt momenteel niet meer gedrukt, in de toekomst zullen enkel nog de stickers van wegwijs borstvoeding gebruikt worden.

Cafés, restaurants, brasseries of andere openbare plaatsen geven met deze sticker aan dat je er welkom ben om je baby te voeden.

Heb je zelf café, restaurant, brasserie of andere zaak met een hart voor borstvoeding?

Vraag een sticker aan via www.wegwijsborstvoeding.be of het Expertisecentrum Kraamzorg van jouw provincie. Kleef hem goed zichtbaar op de deur of het raam van je zaak .  

Ben je van plan een tijdje door te gaan met borstvoeding, dan kan je misschien beginnen met kolven. Het maakt het gemakkelijker om een keertje er alleen op uit te trekken, of je werk na verloop van tijd terug op te pakken. In het Expertisecentrum Kraamzorg Amerijtje kan je terecht voor info en advies over kolven. Wil je gaan starten met kolven kan je ons gerust een vrijblijvend bezoekje brengen voor meer info. Download hier onze handleiding voor kolvende moeders.

 

WAT JE ZEKER MOET WETEN ALS BORSTVOEDENDE MOEDER (IN SPE)

Borstvoeding: de beste start

Borstvoeding geven is zo natuurlijk en universeel. De houding van de zorgverleners kan bepalend zijn voor het slagen van de borstvoeding. Het wordt beinvloed door de begeleiding die de moeders meekregen tijdens de zwangerschap en na de bevalling. Voor de ene mama zal het wat makkelijker zijn dan voor de andere mama. Door de samenstelling van borstvoeding is het meer dan alleen moedermelk geven.

De unieke samenstelling zorgt voor een optimale groei en ontwikkeling van de hersenen. Het zorgt ook voor een betere ontwikkeling van het immuunsysteem. Zodat de gewone ziekten als maagproblemen, diaree, allergieën, luchtweginfecties als ook oor en urineweginfecties minder vaak voorkwam bij baby's die borstvoeding kregen.

Door dat tijdens de borstvoeding huid op huid contact wordt voorzien vindt er een betere regulatie van de hartslag, ademhaling, temperatuur en zuurstofgehalte. De temperatuur van de moeders past zich aan de behoefte van het kind. Deze kinderen gaan minder stressreacties vertonen, zo wordt ook de hechting bevorderd tussen de moeder en de baby. Ook de papa kan huid op huid contact toepassen om een beter ouder-kind relatie te bevorderen. Tal van voordelen zorgen ervoor dat borstvoeding gezien kan worden als de gezondste voeding, zowel voor moeder en kind.

Voordelen voor de mama zijn dat ze haar gewicht van voor de zwangerschap sneller bereikt. Het vermindert ook het risico op het krijgen van borstkanker, afhankelijk van de duur van de borstvoedingsperiode. Het vermindert het risico op een depressie na de geboorte, doordat de prolactine gehalte verhoogd aanwezig is in de bloedbaan. Prolactine geeft een natuurlijke rust bij de moeder.

 De Wereldgezondheidsorganisatie raadt aan 6 maanden exclusief borstvoeding te geven, en dan nog door te gaan met borstvoeding naast vaste voeding tot de leeftijd van 2 jaar. Eén van de belangrijkste redenen om pas na 6 maanden te beginnen met bijvoeding is dat het immuunsysteem van de baby dan op punt staat en omdat de ijzervoorraden uitgeput raken. Vanzelfsprekend mogen we deze gegevens niet veralgemenen. Sommige baby’s zijn al wat vroeger klaar voor vaste voeding, andere zijn dan weer wat later geïnteresseerd in groente- en fruitpapjes!


De redenen waarom ouders voor borstvoeding kiezen zijn divers. Eerst en vooral is de samenstelling van borstvoeding helemaal aangepast aan de behoeftes van de baby. Zo zal de samenstelling van moedermelk veranderen in de tijd. Naarmate de baby ouder wordt, zullen we andere samenstelling van voedingsmiddelen terugvinden in de moedermelk. Ook per dag en per voeding verschilt de samenstelling (vb op een warme zomerdag zit er extra vocht in de melk, bij een premature bevalling zullen er meer voedings- en afweerstoffen inzitten,…). De eerste melk, het colostrum, bevat veel eiwitten, weinig vetten en koolhydraten. Deze melk is bijzonder licht verteerbaar. Na enkele dagen gaat het colostrum over in rijpe, dunne melk met een witte, soms blauwwitte kleur. Deze samenstelling is uniek. Doordat deze dan minder eiwitten, meer vetten en koolhydraten bevat. Geen enkele kunstvoeding kan dit evenaren. Kunstvoeding leunt weliswaar dicht aan tegen de samenstelling van moedermelk, maar geen enkele kunstvoeding kan echter zo aangepast zijn aan de behoeftes van een baby. Zeker de levende stoffen die terug te vinden zijn in colostrum kan men niet nabootsen. Ook de antistoffen die de moeder doorgeeft aan haar baby zijn uniek. De moeder maakt antistoffen tegen ziektekiemen waar zij in het dagelijks leven mee geconfronteerd word. Deze antistoffen worden doorgegeven via de moedermelk aan de baby, waardoor ook hij beschermd is tegen de ziektekiemen in zijn directe omgeving. De bescherming tegen infecties en ziekte vindt niet alleen plaats in de borstvoedingsperiode, maar ook enige tijd er na.
Voor kinderen die mogelijk een allergische aanleg hebben, gelden de voordelen van borstvoeding nog meer. Een aanleg kan nooit teniet worden gedaan, maar het lichaam kan beter de lichaamseigen eiwitten vanuit moedermelk verwerken, dan die vanuit de flesvoeding.
Een borstkind heeft op latere termijn ook minder kans op zwaarlijvigheid of obesitas. Borstvoeding biedt door zijn samenstelling bescherming tegen onder andere maagdarmproblemen, diarree, oorontstekingen, luchtweginfecties en allergieën. Kinderen die borstvoeding krijgen lopen ook een lager risico op wiegendood. Ook als we kijken naar de ontwikkeling van de baby heeft borstvoeding tal van voordelen: de spieren van mond en kaak worden extra getraind. Dit zorgt voor een betere ontwikkeling van kaak en gebit, en een verlaagd risico op spraakproblemen, het nodig hebben van orthodontie en logopedie. Bij borstvoeding komt de melk onmiddellijk achter in de mond terecht waardoor de slikreflex geprikkeld wordt, er zal dus geen melk blijven staan achter de tanden. Hierdoor vermindert de kans op cariës. Ook zijn de lange-keten onverzadigde vetzuren belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen.
Met borstvoeding krijgt een baby op een heel natuurlijke manier veel warmte en koestering. Lichaamscontact is van levensbelang voor een baby! Je hebt dus altijd iets te bieden: gemakkelijk als de baby van slag is door bijvoorbeeld een vreemde omgeving, of pijn heeft. Ideaal om het kleintje te troosten. Moeder en kind zijn op elkaar aangewezen. De baby heeft jou als moeder nodig voor de voeding, maar jij als moeder hebt de baby ook nodig. De natuur heeft ervoor gezorgd dat voeden gepaard gaat met een prettig gevoel, je kan genieten van de borstvoeding.
Niet alleen de baby profiteert van de goede eigenschappen van borstvoeding. Ook de moeder zelf heeft er baat bij om borstvoeding te geven. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat borst- en eierstokkanker minder vaak voorkomen bij vrouwen die borstvoeding hebben gegeven. Ook het risico op botontkalking verlaagd door het geven van borstvoeding.  In de kraamperiode wordt het herstel van de moeder bevorderd door het geven van borstvoeding. De baarmoeder trekt beter samen, het bloedverlies is beter, er is minder kans op nabloedingen en de moeder zal sneller de overtollige kilo’s kwijtraken.
Op de koop toe is borstvoeding volledig gratis! Als je dan nagaat welke kosten je hebt bij flesvoeding (de flesjes, spenen, flessenwarmer, energie, water,…) is de rekening snel gemaakt.  Verder is borstvoeding geven (na wat oefenen) gewoon gemakkelijk en zeer praktisch; je hebt het altijd bij de hand, het is altijd “klaar”, vers en op de juiste temperatuur.

Borstvoeding is een mooi en natuurlijk proces. Toch verloopt het niet voor iedereen even gemakkelijk. De 1e weken zijn cruciaal voor het op gang brengen van het borstvoedingsproces. Hier is het dan belangrijk om positief te blijven en te geloven dat je het kan. De eerste zes weken worden als een oefenperiode aangezien, door het feit dat er dan de meeste moeders gaan afhaken. Sommige ouders ervaren dit als een moeilijke periode. Doorzetten is de boodschap, want eens de borstvoeding goed op gang is, is er niets zo makkelijk dan borstvoeding geven. De ouders moeten niet met flesjes zeulen, steriliseren, voedingen klaarmaken, opwarmen,… De moeder moet enkel en alleen de baby aan de borst leggen. Dat is alles wat de baby nodig heeft. In de opstartperiode kunnen ook enkele problemen de kop opsteken zoals verminderde melkproductie door een overspannen mama, dit kan voorkomen worden. Door voldoende te rusten en tijd voor haar zelf te gunnen, tepel kloven en stuwing.... Deze problemen kunnen echter voorkomen worden! Het is belangrijk dat de ouders weten hoe ze deze problemen kunnen voorkomen en aanpakken. Je kan hiervoor tijdens je zwangerschap een infoavond of cursus volgen bij het Expertisecentrum Kraamzorg, maar ook bij een zelfstandige vroedvrouw of in het ziekenhuis.
Borstvoeding is een kunst en geen wetenschap. Op veel vragen kan geen pasklaar antwoord worden gegeven. Wanneer we het over borstvoeding hebben moeten we rekening houden met individuele verschillen en variaties. Het is belangrijk dat de moeder weet dat ze het beste voor haar kind doet als ze op zijn signalen reageert. De ouders weten het best wat de baby nodig heeft.
De moeder kan soms het gevoel hebben een melkfabriek te zijn. Veel moeders worstelen met de continue beschikbaarheid, het tekort aan regelmaat. De verantwoordelijkheid voor een kind kan beangstigend lijken. Het is belangrijk dat de moeder weet dat ze door borstvoeding te geven, haar kind de beste start geeft. Alles wat een baby nodig heeft word aan tegemoetgekomen met borstvoeding. Het kind heeft alles in handen om uit te groeien tot een gelukkig, zelfstandig mens. De onregelmatigheid hoort er bij, maar is gelukkig van voorbijgaande aard. Na verloop van tijd, als de borstvoeding goed op gang is gekomen, hebben de meeste baby’s een regelmatig voedingspatroon. De moeder hoeft zichzelf zeker niet op te sluiten omdat ze borstvoeding geeft. Eens de borstvoeding goed op gang is gekomen kan ze samen met de baby de deur uit. Na enkele keren oefenen, slagen de meeste vrouwen erin om de baby te voeden in het openbaar, zonder dat er iets te zien is! Als je toch liever niet in het openbaar voedt, of om de een of andere reden de baby niet kan meenemen bestaat ook nog de mogelijkheid af te kolven. De afgekolfde melk kan dan door de vader of iemand anders gegeven worden aan de baby tijdens de afwezigheid van de moeder. Volgens sommigen is het nadeel van borstvoeding dat alleen de moeder borstvoeding kan geven, waardoor anderen, met name de vader, niet de kans krijgen om een band te scheppen met het kind. Voeden is echter niet de enige manier om contact te maken met de baby. De vader kan zingen, praten, de baby dragen, het badje geven, masseren, …  Voeden betekent ook niet alleen een baby aan de borst leggen. De vader kan zich nuttig maken door te zorgen voor rust, door te helpen bij het aanleggen en door een bemoedigende, ondersteunende houding aan te nemen ten opzichte van de moeder. Kortom, er zijn genoeg taken bij het grootbrengen van een kind. Deze kunnen verdeeld worden tussen beide ouders, zodat ieder zijn bijdrage doet. Ook kan de vader een moment uitkiezen dat hij en de baby alleen zijn, en zo ook een speciaal vader-kind-moment ervaren.

Werking van borstvoeding

Starten met borstvoeding gebeurt best direct na de geboorte. Het is niet zo dat de baby onmiddellijk aan de borst moet. Wel is het belangrijk dat moeder en baby het eerste uur ongestoord samen liggen, huid op huid. Dit huid op huid contact maakt het mogelijk dat mama en baby elkaar leren kennen. Omdat het van belang is om na de geboorte te kunnen overleven. Wordt ieder kind geboren met een aantal reflexen die van vitaal belang zijn. De baby krijgt zo de kans om zelf op zoek te gaan naar de borst. Op dit moment ga je dan de zoek en zuig reflex herkennen.  Als de baby zin heeft en er klaar voor is kan hij ook aangelegd worden. Het 1e uur na de bevalling is de baby zeer alert voor de omgeving; de oogjes staan wijd open, hij/zij reageert op de omgeving en begint te communiceren met de moeder door middel van aanrakingen, oogcontact en zuigbewegingen met het mondje. Na het eerste uur gaan de meeste baby’s in een diepe slaap. Als we baby’s hun gang laten gaan vinden de meeste baby’s op eigen houtje de tepel en beginnen ze te zuigen binnen het eerste uur.
Het colostrum, de gele of goudkleurige eerste melk die de baby de eerste dagen krijgt, bevat hoge concentraties voedingsstoffen en immuunstoffen, maar de hoeveelheid melk is minimaal. De baby heeft dan ook niet meer dan dat nodig. De maag van een pasgeboren baby heeft een inhoud van 8 ml. Je kan dit vergelijken met de grote van een knikker. Het is maar een klein volume, dus je borsten zullen de eerste dagen ook niet meer melk produceren. Gaandeweg gaat de maag van de baby geleidelijk aan uitrekken, en zal de moeder ook meer en meer melk produceren.
Of je wel of niet borstvoeding kan geven, de hoeveelheid melk in de borsten heeft niks te maken met de grote van je borsten, erfelijkheid of andere fabeltjes. In principe kan iedereen borstvoeding geven, er zijn slechts enkele uitzonderingen. Vaak hoor je verhalen van vrouwen die geen of te weinig melk hadden. Dit heeft in de meeste gevallen te maken met een slecht borstvoedingsmanagement, en niet met de anatomie of aanleg.

Als de baby zuigt, gaat vanuit de zenuwen in de tepel een signaal naar de hersenen van de moeder. Dit veroorzaakt de afgifte van twee hormonen vanuit de hypofyse:

  • prolactine = het hormoon dat zorgt voor melkproductie
  • oxytcine = het hormoon dat de spiercellen rond de melkproducerende cellen doet samentrekken. Hierdoor wordt de toeschietreflex veroorzaakt. Gedachten en invloeden van de baby (skin-to-skin, baby huilt, baby likt aan de borst, baby zuigt) werken deze toeschietreflex in de hand.

Deze twee hormonen zijn beïnvloedbaar. Vooral de oxytocineproductie is gevoelig voor oververmoeidheid, weemoedigheid, ongemak, stress. Deze emoties zorgen voor een hoog gehalte aan adrenaline. Adrenaline zorgt voor een lagere productie oxytocine. Minder oxytocine zorgt dus voor een mindere toeschietreflex. Het is daarom heel belangrijk een zogende moeder te steunen en te bemoedigen. Rust en zelfvertrouwen zijn de belangrijkste ingrediënten voor een goede borstvoeding!
In de eerste weken kan de toeschietreflex soms gevoelig zijn. Het oxytocine doet ook de baarmoeder samentrekken en dit kan worden vergeleken met het gevoel van weeën. Het zorgt er ook voor dat de moeder een ontspannen gevoel ervaart tijdens de borstvoeding. De eerste dagen na de geboorte willen veel baby’s vaak en lang aan de borst, soms meer dan een uur per keer, tot de melkproductie van de moeder toeneemt. Om die melkproductie te laten toenemen moet de moeder de eerste dagen de baby 8 tot 12 keer per dag aanleggen. Het is belangrijk om in de eerste dagen op vraag en niet volgens schema de borst aan te bieden.De baby zal ongeveer om de 2 à 3 uur aan te leggen, aan beide borsten zodat ze allebei worden gestimuleerd.

Het is belangrijk om de baby minstens 20 minuten uit 1 borst te laten drinken. De melk  van een borst bestaat uit de voormelk en de achtermelk.

Het vet van de achtermelk kleeft tegen de melkkanaaltjes. Deze vetten komen pas in de melk terecht nadat de toeschietreflex aanwezig is. Dat proces start nadat de borst goed geprikkeld is zodat het hormoon oxytocine in de bloedbaan terechtkomt. Oxytocine zorgt er voor dat de spiercellen rond de melkproducerende cellen gaan samentrekken. Zodat de vetten zich los gaan kunnen trekken van de wanden van de melkkanaaltjes.

De voormelk dient eerder als een dorstlesser je kan het vergelijken met magere melk, water met suiker,... Als de baby maar kort drinkt aan de borst is de kans groot dat het alleen maar voormelk heeft gedronken. Je gaat merken dat de baby niet goed bijkomt in gewicht, last van darmklachten, groene schuimige stoelgang, hij gaat zich sneller melden voor de voeding.

Terwijl wanneer de baby ook de achtermelk heeft kunnen drinken gaat hij bijkomen in gewicht. Volgens zijn ritme zich aanmelden om de 2 à 3 uur. Na een voeding zal hij langer rustig zijn door dat hij verzadigd is. Zijn stoelgang zal dan normaal geelkleurig zijn, soms met wat vlokjes, en wat plat van consistensie.

Om aan te leggen moet de moeder zorgen dat ze makkelijk zit. Ze neemt de baby bij zich, buik tegen buik en de rug en het hoofdje van de baby op 1 lijn. De baby moet dicht tegen haar aanliggen, zijn kin tegen haar borst en zijn neusje recht voor de tepel. Dan wordt het bovenlipje van de baby met de tepel geprikkeld. Als de baby zijn mondje wagenwijd open heeft kan hij aanhappen. De baby moet bij het happen niet enkel de tepel, maar ook het tepelhof in zijn mondje hebben! De kin van de baby ligt in de borst. De lipjes zijn naar buiten gekruld en de tong ligt onder de tepel.
Verkeerd aanleggen kan zorgen voor pijnlijke tepels, baby wordt niet goed gevoed en het proces van de automatische melkproductie komt niet op gang. Raad moeders daarom aan in het begin tijdig hulp te zoeken!
Om de baby van de borst te halen (als hij niet goed aanligt of als het gedaan is) kan men het vacuüm in de mond van de baby verbreken door de pink in de mondhoek van de baby te brengen. Naast juist aanleggen is het belangrijk dat de moeder verschillende houdingen leert kennen. Als ze lang borstvoeding gaat geven zal ze in verschillende situaties en op verschillende plaatsen de baby aanleggen. Dan is het makkelijk als ze zich kan aanpassen aan de situatie en op een andere manier aan te leggen. Daarnaast is het ook belangrijk dat ze geregeld eens een andere houding aanneemt om probleempjes te voorkomen. In een andere houding wordt de borst op een andere manier leeggedronken, en worden verstopte melkkanaaltjes voorkomen.
 

Basisprincipes

Een baby drinkt niet aan de borst zoals aan de fles. In feite kolft de baby de borst leeg. Voor een goede zuigtechniek moet de baby de borst eerst en vooral correct vastnemen. Dit wil zeggen: mondje wijdt open om te happen. Het mondje moet een groot deel van het tepelhof omvatten en de tong moet onder de tepel liggen. De baby mag niet op de tepel kauwen, want dan kan hij nooit de reservoirs achter de tepel leegkolven. De tepel moet in het midden van het mondje liggen. Het neusje moet vrij zijn en als de baby correct zuigt, zie je zijn kaken en vaak ook oren bewegen. Bovendien hoor je de baby slikken. Telkens als hij slikt, knijpt hij zijn kaken dicht en duwt zo de volgende melkvoorraad naar de tepel.
Belangrijk is dat men voedt op vraag, dit wil zeggen dat de moeder het kind gaat voeden wanneer hij aangeeft dat hij wil drinken. De baby beslist wanneer hij eet. Om hiervoor te zorgen zijn er een aantal hongersignalen die een baby toont. Als hij één van deze signalen toont, moet de moeder niet aarzelen en de baby aanleggen. Je hoeft niet te wachten tot de baby huilt. De baby kan op verschillende manieren laten merken dat hij honger heeft: zoekbewegingen maken met zijn mondje, er kan zelfs een beetje speeksel aflopen, de tong uitsteken en golvende bewegingen er mee maken. Als je de wang aanraakt, beweegt hij/zij het gezichtje in deze richting. Dit wordt ook wel de zoekreflex genoemd. Als men de signalen niet herkent kan de baby na verloop van tijd beginnen huilen. Daarom is het zeer belangrijk dat de baby altijd in de buurt is van de ouders. Als zij de signalen niet tijdig herkennen en de moeder dus ook niet op tijd aanlegt verliest de baby meer gewicht en loopt de melkproductie ook achteruit. Het proces van de melkproductie is gebaseerd op onbeperkt wederzijds contact tussen moeder en kind, op vraag en aanbod: hoe vaker de baby aan de borst drinkt, hoe meer melkproductie er is. Als je te lang wacht met voeden worden de borsten overvol en voelen ze erg gespannen aan. De melkklieren staan dan onder druk, de bloedsomloop vertraagd en er wordt uiteindelijk minder melk aangemaakt.
Moeder en kind verblijven best dag en nacht bij elkaar op een kamer. Als je je baby bij je op de kamer kan houden, raak je sneller gewend aan de geluidjes die hij maakt, herken je eerder de momenten dat hij onrustig wordt en lichaamscontact of voeding nodig heeft. Rooming-in is dus zeer bevorderlijk voor het op gang brengen van de borstvoeding aangezien dit het voeden op verzoek vergemakkelijkt. Tevens stimuleert het ook de moeder-kind-hechting, dus ook voor moeder die kiezen voor flesvoeding. Het is ook belangrijk dat de vader de hongersignalen leert kennen. Daarom blijft ook vader best veel bij de baby. Als hij dan een van de hongersignalen opmerkt kan hij de baby aan de moeder doorgeven zodat die kan aanleggen.

Een gezonde baby die op tijd geboren is, heeft in principe geen andere voeding nodig dan moedermelk. Het is normaal dat de baby gewicht verliest de eerste dagen na de geboorte (max 10% van het geboortegewicht). Tijdens de zwangerschap heeft de baby voldoende reserves van vet en vocht kunnen aanleggen om deze dagen veilig door te kunnen komen. Daarnaast krijgt de baby colostrum, dit is een waardevolle voeding, rijk aan antistoffen. Bijvoeding verstoort het beschermend effect daarvan.

Als men gaat beginnen met bijvoeden houdt dit enkele risico’s in:

  • het systeem van vraag en aanbod raakt verstoord
  • de baby is al voldaan en heeft geen zin meer om te zuigen aan de borst
  • zuigverwarring door de andere drinktechniek aan de fles
  • de moeder haar zelfvertrouwen wordt ondermijnd: “Ik ben niet eens in staat om mijn eigen kind te voeden”

Al deze risico’s zorgen ervoor dat de baby minder effectief aan de borst gaat zuigen, waardoor de melkproductie achteruit loopt, of als de melkproductie nog niet optimaal is, deze niet op gang komt. Moest het echt nodig zijn dat je baby bijvoeding nodig heeft, geef hem dit dan via een cupje, pipet, spuitje of een lepel zodat er geen zuigverwarring gaat optreden. De voorkeur gaat natuurlijk uit naar afgekolfde moedermelk. Als er meer nodig is dan de moeder kan aanbieden, zal meestal gekozen worden voor een hypo-allergene kunstvoeding zodat het kind niet het risico loopt om overgevoelig te worden voor koemelkeiwit. Bijvoeding hoort hoe dan ook niet als routinemaatregel aan elke gezonde baby gegeven te worden, enkel als er een medische reden voor bestaat.

BRONNEN:

- Handboek Borstvoeding/La Leche League International, Baarn, Tirion Uitgevers, 1997

- Moberg Uvnäs Kerstin, De Oxytocinefactor. Thoeris, 2007

- La Leche League International, Handboek Lactatiebegeleiding. Lemma, 2002